4. Gereedschap Transformeren

Voor toegang tot deze gereedschappen, selecteer GereedschapTransformeren in het hoofdmenu.

4.1. Algemene eigenschappen

Binnen het dialoogvenster Transformeren zult u gereedschappen vinden om de weergave van de afbeelding of de weergave van een element van de afbeelding, selectie, laag of pad aan te passen. Elk gereedschap voor transformeren heeft een dialoogvenster Gereedschapsopties en een dialoogvenster Informatie om parameters in te stellen.

Deze categorie bevat de volgende gereedschappen:

4.1.1. Opties

Sommige opties worden gedeeld door verscheidene gereedschappen voor transformeren. We zullen ze hier beschrijven. Meer specifieke opties zullen worden beschreven met hun gereedschap.

Transformeren

GIMP biedt vier knoppen in de Gereedschapsopties, die u laten selecteren op welk element van de afbeelding het gereedschap voor transformeren zal werken.

[Opmerking] Opmerking

De optie Transformeren voor een gereedschap blijft staan na het wijzigen van gereedschap.

Laag

Wanneer u de eerste knop activeert, werkt het gereedschap op de actieve laag. Als er in de laag geen selectie bestaat, zal de gehele laag worden getransformeerd.

Selecteren

Wanneer u de tweede knop activeert, werkt het gereedschap alleen op de selectie, of de gehele laag als er geen selectie is.

Pad

Wanneer u de derde knop activeert, werkt het gereedschap alleen op het actieve pad.

Afbeelding

Wanneer u de vierde knop activeert, wordt de transformatie op alle lagen uitgevoerd.

Afbeelding 14.87. Voorbeeld met draaien

Voorbeeld met draaien

Twee lagen, waarvan de rode kleiner is. Optie BeeldAlles tonen is geselecteerd.

Voorbeeld met draaien

Op de vierde knop gedrukt, gereedschap Draaien toegepast. Let op de aangepaste grootten van de lagen.


Richting

Met deze optie bepaalt u in welke richting of richting een laag wordt getransformeerd:

De modus Normaal (Vooruit) transformeert de afbeelding of laag zoals men zou verwachten. U gebruikt alleen de handgrepen om de gewenste transformatie uit te voeren. Als u een raster gebruikt (zie hieronder), wordt de afbeelding of laag getransformeerd op basis van de vorm en positie waarin u het raster plaatst.

Corrigerend (Achterwaarts) draait de richting om. Primair gebruikt met het gereedschap Draaien om digitale afbeeldingen te repareren die enkele geometrische fouten hebben (een horizon die niet horizontaal is, een wand die niet verticaal is etc). Bekijk Paragraaf 4.5, “Draaien”.

U kunt deze twee opties koppelen in de gereedschappen Draaien, Schalen, Perspectief, Geïntegreerd transformeren en Hendeltransformatie. Dat maakt het mogelijk handvatten te verplaatsen zonder de transformatie te beïnvloeden, wat u handmatig hun positie laat aanpassen.

Interpolatie

Deze keuzelijst laat u de methode voor de transformatie kiezen. De gekozen methode beïnvloedt de snelheid en kwaliteit, hoewel het ook afhankelijk is van de afbeelding en het type transformatie, dat in elk geval het beste zal werken.

Niets selecteren

De kleur van elke pixel wordt gekopieerd van de dichtstbijzijnde aangrenzende pixel in de oorspronkelijke afbeelding. Dit resulteert vaak in aliasing (het traptrede-effect) en een grof beeld, maar het is de snelste methode. Soms wordt deze methode Dichtstbijzijnde buurgenoemd.

Lineair

De kleur van elke pixel wordt berekend als de gemiddelde kleur van de vier dichtstbijzijnde pixels in de oorspronkelijke afbeelding. Dit geeft een bevredigend resultaat voor de meeste afbeeldingen en is een goed compromis tussen snelheid en kwaliteit. Soms wordt deze methode Bilineairgenoemd .

Kubisch

De kleur van elk beeldpunt wordt berekend als de gemiddelde kleur van de acht dichtstbij gelegen beeldpunten in de originele afbeelding. Dit geeft gewoonlijk een goed resultaat, hoewel er enkele gevallen zijn waar het er in feite slechter uit kan zien dan Lineair en het is ook langzamer. Soms wordt deze methode Bicubic genoemd.

Weinig halo, Geen halo

Deze methoden voeren een interpolatie met hoge kwaliteit uit. Gebruik de methode Geen halo als u een afbeelding terugbrengt naar minder dan de helft van zijn originele grootte en de methode Weinig halo als u de grootte niet veel verkleind (Draaien, Hellen).

Een Halo is een artefact dat kan worden gemaakt door interpolatie. Het doet ons denken aan de halo die u kunt krijgen bij het gebruiken van Paragraaf 4.8, “Verscherpen (Onscherp masker)”. Hier is een opmerking van Nicolas Robidoux, de maker van deze kwaliteitsamplers voor GEGL en GIMP:


                  "Als halo's geen probleem zijn voor uw inhoud en gebruiksgeval,
                  welke van de twee zou u dan het eerste proberen?
                  (Duidelijk, als u zo weinig mogelijk halo wilt, is Geen halo de
                  oplossing.)

                  Als u een afbeelding verkleint, is Weinig halo over het algemeen beter.

                  Als uw transformatie geen algehele vermindering is, 
                  bijvoorbeeld als u vergroot, draait of een transformatie perspectief
                  toepast die delen van de afbeelding hetzelfde houdt of
                  met hogere resolutie, heb ik een voorkeur voor Geen halo. Deze voorkeur,
                  echter, wijzigt, afhankelijk van de inhoud van de afbeelding. Als, bijvoorbeeld,
                  de afbeelding tekst of op tekst lijkende objecten bevat of
                  significante gebieden met slechts een handjevol verschillende kleuren heeft,
                  zoals Old School-pixelkunst, zou ik overschakelen naar Weinig halo. Op dezelfde manier, als
                  de afbeelding nogal luid is of verstoord door artefacten van de transformatie
                  (zoals de meeste JPEG's die op het web te vinden zijn). Tegengesteld daaraan, als de
                  afbeelding zonder ruis is, slechts licht vervaagd (wat betekent dat bij
                  het bekijken van de beeldpunten, de lijnen en interface zijn uitgesmeerd over twee
                  of meer beeldpunten), en er delicate huidtonen moeten worden
                  behouden, zou ik eerst Geen halo proberen. In feite, als ik vind dat
                  kleuren niet netjes hoeven te worden behouden na het transformeren van
                  een afbeelding met Weinig halo, zou ik onmiddellijk schakelen naar Geen halo, zelfs bij
                  verkleinen.

                  In elk geval zouden deze aanbevelingen niet moeten worden beschouwd als
                  wet. Ik heb nog steeds veel te leren en uit te vogelen. Bijvoorbeeld,
                  hoe het beste om te gaan met transparantie en verschillende
                  kleurruimten is iets waar ik al een tijdje
                  aan zit te denken."
                

[Opmerking] Opmerking

U kunt de standaard methode voor interpolatie instellen in het dialoogvenster Voorkeuren.

Snijden

Na transformatie kan het beeld groter zijn. Met deze optie wordt de getransformeerde afbeelding geknipt naar de oorspronkelijke afbeeldingsgrootte.

U kunt kiezen uit verschillende manieren om te knippen:

Aanpassen

Afbeelding 14.88. Originele afbeelding voor voorbeelden

Originele afbeelding voor voorbeelden

Originele afbeelding

Originele afbeelding voor voorbeelden

Draaien toegepast met Aanpassen

Originele afbeelding voor voorbeelden

Draaien toegepast met Aanpassen en canvas vergroot tot laaggrootte


Met Aanpassen: de laag wordt vergroot om alles van de gedraaide laag te bevatten. De rand van de nieuwe laag is zichtbaar; de gehele laag wordt zichtbaar met de opdracht AfbeeldingCanvas laten passen op lagen.

Knippen

Afbeelding 14.89. Voorbeeld van knippen

Voorbeeld van knippen

Knippen


Met knippen: alles wat buiten de afbeelding valt is verwijderd.

Bijsnijden tot resultaat

Afbeelding 14.90. Voorbeeld voor Bijsnijden tot resultaat